ECLI:NL:RVS:2020:2655
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 29 juni 2020 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 oktober 2020 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand liet. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en tevens om opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie een voorlopige voorziening passend was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 4 november 2020 door mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.