ECLI:NL:RVS:2020:2628
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslagen 2017 ondanks bezwaar over nabetalingen
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellanten tegen de definitieve vaststelling en terugvordering van voorschotten kindgebonden budget, huurtoeslag en zorgtoeslag over 2017 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst had de voorschotten definitief vastgesteld en te veel ontvangen bedragen, inclusief rente, teruggevorderd. Appellanten ontvingen in 2017 nabetalingen van bijstandsuitkeringen die zij wilden laten buiten beschouwing bij de draagkrachtberekening.
De rechtbank had geoordeeld dat de Belastingdienst bij de zorgtoeslag en het kindgebonden budget geen inkomensbestanddelen buiten beschouwing mag laten en dat alleen de nabetaling in 2017 van de bijstandsuitkering bij de huurtoeslag in mindering mocht worden gebracht. De nabetaling in 2018 kon niet worden meegenomen bij de vaststelling over 2017.
Appellanten voerden aan dat dit onderscheid onacceptabel was en dat ook de nabetaling van 2018 deels buiten beschouwing moest blijven, omdat deze het gevolg was van fouten van de gemeente. De Afdeling bevestigt dat de Belastingdienst gebonden is aan het verzamelinkomen zoals opgenomen in de basisregistratie inkomen en dat de wetgever een onderscheid maakt tussen de toeslagen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.