Uitspraak
Datum uitspraak: 21 oktober 2020
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne verleende op 5 september 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een schuilgelegenheid voor dieren op een perceel in Liessel. Appellante, wonend op het aangrenzende perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde onder meer dat de vergunninghouder geen belanghebbende was en dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunninghouder wel belanghebbende is, maar dat het bouwplan in strijd is met de bestemming "Agrarisch" omdat het hobbymatig houden van paarden niet onder agrarisch gebruik valt zoals bedoeld in het bestemmingsplan. Tevens heeft het college ten onrechte geen toetsing verricht aan de gebiedsaanduiding "wetgevingszone - omgevingsvergunning bosovergangsgebied".
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van het college. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen, waarbij het aan het college is om te beoordelen of en hoe een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan worden verleend. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan.