Uitspraak
Datum uitspraak: 7 oktober 2020
Raad van State
Bij besluit van 26 oktober 2018 wees het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van appellante af om haar geboortedatum in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen. Appellante voerde aan dat uit een geboorteakte uit Irak en andere documenten blijkt dat de geregistreerde geboortedatum onjuist is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij niet had aangetoond dat de in de brp opgenomen gegevens onjuist zijn. Zij voerde aan dat de documenten, ondanks een andere naam, op haar betrekking hebben en dat de naam in de brp evident onjuist is volgens het Iraaks namenrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het bewijs van onjuistheid van brp-gegevens onomstotelijk moet zijn en dat het college het verzoek terecht heeft afgewezen omdat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs vormden.
De Afdeling benadrukte dat de brp-gegevens oorspronkelijk zijn verkregen via een verklaring onder ede van de moeder van appellante in 1997, die consistent is met het rapport van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De documenten van appellante vertonen inconsistenties, zoals een paspoort met namen die op haar verzoek zijn aangepast en het ontbreken van biometrische gegevens. De Afdeling concludeerde dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de geboortedatum in de basisregistratie personen wordt bevestigd.