ECLI:NL:RVS:2020:2237
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Verklaring Omtrent het Gedrag voor chauffeurskaart na drugsveroordeling
Appellant heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor het verkrijgen van een chauffeurskaart. De minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag geweigerd op grond van een veroordeling wegens medeplegen en aanwezig hebben van drugs, geregistreerd in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS).
De minister beoordeelt aanvragen aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Het objectieve criterium betreft de ernst en herhaling van feiten in relatie tot het risico voor de samenleving. Het subjectieve criterium betreft omstandigheden die kunnen leiden tot afgifte ondanks het objectieve risico. De rechtbank had de afwijzing van de minister bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellant dat hij geen risico vormt, zich heeft verbeterd en dat een buiten de terugkijktermijn liggende geseponeerde zaak niet meegewogen mag worden. De Raad van State oordeelt dat de minister de afwijzing terecht baseerde op het objectieve criterium en dat het belang van de bescherming van de samenleving zwaarder weegt dan het belang van appellant.
De Raad van State wijst erop dat de veroordeling wegens een ernstig delict is en dat de minister ook beleidssepots mag meewegen. De jeugdige leeftijd van appellant ten tijde van de feiten leidt niet tot een ander oordeel omdat hij meerderjarig was bij de veroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens een drugsveroordeling en het risico voor de samenleving.