ECLI:NL:RVS:2020:2177
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijftijdverlenging woningzoekende na scheiding
De zaak betreft het hoger beroep van een woningzoekende die vanuit Syrië naar Nederland is gevlucht en sinds mei 2017 staat ingeschreven bij Woonservice Kennemerland. Na zijn scheiding woont hij bij zijn ouders in Heemstede, maar vanwege de kleine woonruimte en conflicten heeft hij een verzoek ingediend voor inschrijftijdverlenging om eerder voor zelfstandige woonruimte in aanmerking te komen. Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede wees dit verzoek af omdat hij niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden, met name dat hij geen inwonend kind onder de 18 jaar heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en bevestigde het besluit van het college. De appellant stelde dat het college de belangen van zijn kinderen onvoldoende had meegewogen en dat zijn woonsituatie problematisch was, waardoor toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was. Ook stelde hij dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in redelijkheid geen aanleiding had om af te wijken van de Huisvestingsverordening. De situatie van de appellant verschilt niet wezenlijk van andere gescheiden ouders en de omgangsregeling met de kinderen blijft mogelijk. Er was geen sprake van strijd met het EVRM of IVRK. Tevens werd geoordeeld dat het bevoegdheidsgebrek in het primaire besluit in bezwaar was hersteld, zodat geen proceskostenvergoeding werd toegekend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om inschrijftijdverlenging bevestigd.