ECLI:NL:RVS:2020:2158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens niet-recreatief gebruik recreatiewoning met verlenging begunstigingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het niet-recreatief gebruiken van haar recreatiewoning, omdat daar vier arbeidsmigranten verbleven. De last werd opgelegd met een termijn tot 4 januari 2019 en een dwangsom van € 25.000,00.
Appellante maakte bezwaar tegen deze last, waarbij zij stelde dat zij de overtreding zo spoedig mogelijk had beëindigd, maar dat de termijn te kort was, mede door de kerstperiode en het overlijden van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hoewel zij erkende dat het college in strijd met artikel 4:8 Awb Pro had gehandeld door geen vooraankondiging te doen, maar oordeelde dat dit gebrek was hersteld in bezwaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante niet effectief haar zienswijze kon geven vóór het verbeuren van de dwangsom en dat het college de begunstigingstermijn niet redelijk heeft verlengd. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het de termijn betreft, wordt de begunstigingstermijn verlengd tot het moment van daadwerkelijke beëindiging van de overtreding, en wordt het invorderingsbesluit vernietigd. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het beëindigen van het niet-recreatief gebruik is verlengd tot de daadwerkelijke beëindiging van de overtreding en de dwangsom is niet verbeurd.