ECLI:NL:RVS:2020:2139
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 januari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 1 maart 2019 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling had in een eerdere procedure aangevoerd dat hij was afvallig van de islam en bekeerd tot het christendom, een nieuw asielmotief dat niet in de eerste beoordeling was betrokken. De Afdeling had eerder de eerdere uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen om dit motief mee te nemen. In deze tweede procedure oordeelt de Afdeling dat het onwenselijk is dat de rechtbank zich in verschillende zaken over hetzelfde asielmotief uitspreekt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor een integrale beoordeling van alle asielmotieven in samenhang. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00. De Afdeling doet geen inhoudelijke uitspraak over de nieuwe grieven, maar geeft de rechtbank de ruimte tot een samenhangende beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met vergoeding van proceskosten.