ECLI:NL:RVS:2020:209
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes voor onttrekking woningen aan bewoning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 25 juli 2017 twee bestuurlijke boetes van elk €20.500,- op aan appellante wegens het onttrekken van twee woningen aan de bestemming tot bewoning zonder de vereiste omgevingsvergunning. De woningen waren gelegen aan twee locaties in Amsterdam en stonden ten tijde van het onderzoek leeg, zonder ingeschreven bewoners.
Na administratief en buitendienstonderzoek, waarbij bleek dat groepen onderaannemers tijdelijk in de woningen verbleven, verklaarde het college de bezwaren van appellante ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing bij uitspraak van 12 maart 2019. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de zitting op 20 december 2019 werd het hoger beroep behandeld. Appellante herhaalde haar eerdere bezwaren, maar bracht geen nieuwe argumenten aan die de eerdere gemotiveerde afwijzing konden weerleggen. De Afdeling oordeelde daarom dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Raad van State sprak het vonnis uit op 22 januari 2020.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes en verklaart het hoger beroep ongegrond.