Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2019 in de zaken tussen
[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2019.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiseres tegen twee bestuurlijke boetes van elk €20.500 wegens woningonttrekking. De boetes waren opgelegd omdat de woningen niet permanent werden bewoond, maar telkens door verschillende groepen werknemers voor korte periodes van drie à vier weken werden gebruikt.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van permanente bewoning omdat de bewoners in totaal langer dan zes maanden verbleven en dat de woningen geen deel uitmaakten van de woonruimtevoorraad omdat zij casco waren opgeleverd en binnen een gesloopt complex lagen. De rechtbank oordeelde dat permanente bewoning een aaneengesloten verblijf van minimaal zes maanden vereist en dat gefragmenteerde verblijven van verschillende groepen werknemers dit niet vormen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de woningen sinds oplevering in 1972 bestemd en geschikt waren voor permanente bewoning en dat deze bestemming niet verloren ging door leegstand of renovatie. Daarmee behoren de woningen tot de woonruimtevoorraad en was onttrekking zonder vergunning verboden.
De rechtbank concludeerde dat de boetes terecht waren opgelegd en verklaarde de beroepen ongegrond. Er was geen aanleiding tot matiging van de boetes of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boetes wegens woningonttrekking omdat de woningen niet permanent werden bewoond en tot de woonruimtevoorraad behoren.