ECLI:NL:RVS:2020:2056
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering hardship
De vreemdeling uit Georgië had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris werd afgewezen omdat zij geen machtiging tot voorlopig verblijf had en geen vrijstelling daarvan kon krijgen. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege een ondeugdelijke motivering over het belang van het gezin en de mogelijke hardship.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij de belangen van de dochter en referent adequaat had meegewogen en dat de aanwezigheid van ondersteunende voorzieningen in Georgië een rol speelt bij de beoordeling van hardship. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Georgië uit te oefenen en dat de staatssecretaris de belangenafweging deugdelijk had gemotiveerd.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.