ECLI:NL:RVS:2020:2051
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding voor overlast werkzaamheden tunnel A9 Gaasperdammerweg
De zaak betreft een geschil over nadeelcompensatie voor overlast veroorzaakt door de werkzaamheden aan de tunnel in de A9 Gaasperdammerweg. Appellante, eigenaar van een woning nabij de tunnel, ondervond ernstige geluidsoverlast, trillingen en schade aan haar woning gedurende ongeveer 18 maanden. De minister had eerder een tegemoetkoming van €1.362,50 toegekend, gebaseerd op een advies van deskundige Te Rijdt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van de minister niet deugdelijk was gemotiveerd, met name ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico en de voorzienbaarheid van de overlast. De Afdeling stelde vast dat appellante ernstige hinder heeft ondervonden en dat een deel van de schade redelijkerwijs niet voor haar rekening behoort te blijven.
De Afdeling stelde zelf de hoogte van de schadevergoeding vast op €4.082,91, rekening houdend met een netto schadeperiode van 15 maanden, een normaal maatschappelijk risico van een half jaar, en een voorzienbaarheid van 50%. De minister wordt verplicht dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 september 2016, aan appellante te betalen. Tevens wordt het eerdere besluit van 10 februari 2020 vernietigd en vervangen door deze uitspraak.
Uitkomst: De minister moet aan appellante een schadevergoeding van €4.082,91 betalen wegens ernstige overlast door werkzaamheden aan de tunnel in de A9 Gaasperdammerweg.