ECLI:NL:RVS:2020:2011
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Gegrond verklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 29 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen van vijf vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigde deze besluiten en gaf de staatssecretaris opdracht nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van haar uitspraken.
De staatssecretaris trok de oorspronkelijke besluiten in en nam op 24 maart 2020 nieuwe besluiten, opnieuw niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde deze opnieuw en bepaalde dat bij de nieuwe besluiten moest worden uitgegaan van de identiteit en Somalische nationaliteit van de vreemdelingen, gelijk aan de voormalige echtgenote van hun broer.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte deze beoordelingsruimte aan hem ontnam, omdat het aan hem is om de identiteit en nationaliteit te beoordelen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de staatssecretaris niet zelf mocht beoordelen en dat de staatssecretaris terecht niet aan de opdracht had voldaan. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de rechtbank wordt gecorrigeerd in haar motivering over identiteit en nationaliteit.