ECLI:NL:RVS:2020:1942
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 november 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit op 25 oktober 2018. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 mei 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en dat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat de noodzakelijke medische behandeling voor haar onbetaalbaar en ontoegankelijk was.
Verder faalde het betoog van de vreemdeling dat er sprake was van een familie- of gezinsleven met haar meerderjarige dochter in Nederland in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris had terecht geoordeeld dat er geen 'more than the normal emotional ties' bestonden en dat de zorg ook door andere familieleden in Brazilië kon worden verleend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.