ECLI:NL:RVS:2020:1908
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen wijziging legger wateren Waterschap Rivierenland
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland stelde op 2 oktober 2018 een wijziging van de legger wateren vast, waarbij enkele watergangen een A-status kregen toegekend. Een belanghebbende stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor de watergangen met bepaalde wijzigingscodes, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank dat eerst eigendom van de watergangen verworven moet zijn alvorens een A-status toe te kennen. Het college stelde dat eigendom geen rol speelt bij de vaststelling van de legger, omdat de legger een publiekrechtelijk instrument is en het Eigendommenbeleid privaatrechtelijk van aard is.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht stelde dat eigendom van de watergangen niet vereist is voor het toekennen van een A-status in de legger. Het Eigendommenbeleid is beleidsmatig en maakt geen onderdeel uit van de leggerprocedure. Het hoger beroep werd gegrond verklaard. Het nieuwe besluit van 20 augustus 2019 handhaafde de oorspronkelijke status van de watergangen, waarmee de belanghebbende instemde en geen beroep meer instelde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het oordeel van de rechtbank over het Eigendommenbeleid wordt verworpen.