ECLI:NL:RVS:2020:1803
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over dagvergoeding in rust- en voorbereidingstermijn vreemdelingen
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees op 31 maart 2017 de aanvraag van vreemdelingen om een dagvergoeding af, omdat zij volgens artikel 9, vijfde lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) in de rust- en voorbereidingstermijn geen recht hebben op een dagvergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen dit besluit gegrond en bepaalde dat het COa een nieuw besluit moest nemen, omdat de rust- en voorbereidingstermijn in deze zaak langer duurde dan gebruikelijk. De rechtbank vond dat hierdoor geen redelijke en objectieve rechtvaardiging meer bestond om de dagvergoeding te weigeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte artikel 9, vijfde lid, van de Rva 2005 buiten toepassing heeft gelaten. Volgens de Afdeling leidt het ontbreken van een dagvergoeding in de rust- en voorbereidingstermijn niet tot een schending van de levensstandaard zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Opvangrichtlijn. De Afdeling verklaart het hoger beroep van het COa gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.