ECLI:NL:RVS:2018:2355
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens belang bij beoordeling dagvergoeding vreemdelingen
Bij besluit van 31 maart 2017 wees het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) de aanvraag van de vreemdelingen om een dagvergoeding af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat zij geen belang hadden bij de beoordeling, aangezien de dagvergoeding inmiddels werd verstrekt of zij waren uitgestroomd naar gemeentelijke huisvesting.
De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat hun aanvraag een ingangsdatum van 1 maart 2016 betrof en dat het geschil niet ging over het maken van kosten, maar over het recht op dagvergoeding vanaf die datum. Zij voerden aan dat zij zonder middelen geen uitgaven konden doen en dat zij bij toekenning met terugwerkende kracht materieel beter zouden worden gesteld. Tevens stelden zij dat het COa naliet een besluit te nemen over dwangsommen.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen wel degelijk belang hebben bij de beoordeling van hun beroep omdat zij een eerdere ingangsdatum nastreven en daardoor in een gunstiger positie kunnen komen. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd het COa veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug vanwege het belang van de vreemdelingen bij beoordeling van hun beroep op dagvergoeding vanaf 1 maart 2016.