ECLI:NL:RVS:2020:1795
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over verantwoordelijkheid Nederland voor asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 8 augustus 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betreft de vraag welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, waarbij de vreemdeling zich beroept op artikel 9 van Pro de Dublinverordening vanwege haar huwelijk met een persoon die in Nederland verblijft. De staatssecretaris betwistte de aannemelijkheid van dit huwelijk en stelde dat Italië verantwoordelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in lijn met eerdere jurisprudentie geoordeeld dat de vreemdeling het huwelijk onvoldoende heeft gestaafd. Tegenstrijdigheden in verklaringen, het ontbreken van de originele huwelijksakte en de situatie van de kinderen van de echtgenoot ondersteunen dit oordeel. Ook het beroep op opvangomstandigheden in Italië werd verworpen omdat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat opvang gewaarborgd is.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat Nederland niet verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.