AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende partijdigheid
Tijdens de zitting van 6 juli 2020 verzocht verzoeker om wraking van staatsraad E. Steendijk, belast met de behandeling van drie bestuursrechtelijke zaken, omdat diens afwijzing van een uitstelverzoek de vrees voor partijdigheid zou hebben gewekt. Verzoeker stelde dat hij vanwege een volle zittingsdag bij de rechtbank Den Haag en gezondheidsredenen niet in staat was beide zittingen goed voor te bereiden en bij te wonen.
De staatsraad had het uitstelverzoek gedeeltelijk ingewilligd door het aanvangstijdstip van de zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak te verplaatsen van 12:00 naar 13:00 uur. Tijdens de zitting zag de staatsraad geen aanleiding om de behandeling langer aan te houden, wat een procesbeslissing betreft die niet ter beoordeling staat in de wrakingsprocedure.
De Raad van State overwoog dat een wrakingsverzoek alleen kan slagen indien sprake is van feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De aangevoerde omstandigheden boden hiervoor geen grond. Het verzoek om wraking werd daarom afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van het waarborgen van rechterlijke onpartijdigheid en de beperking van wrakingsverzoeken tot situaties met een gegronde vrees voor partijdigheid, waarbij procesbeslissingen niet als wrakingsgrond kunnen dienen tenzij sprake is van flagrante schendingen van fundamentele rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad E. Steendijk wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
Uitspraak
201908283/2/A3, 201908297/2/A3 en 201908319/2/A3.
Datum beslissing: 27 juli 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om wraking (artikel 8:15 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van mr. E. Steendijk als lid van de Afdeling bij de behandeling van de zaken nrs. 201908283/1/A3, 201908297/1/A3 en 201908319/1/A3.
Procesverloop
Tijdens de zitting op 6 juli 2020 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. E. Steendijk (hierna: de staatsraad) belast met de behandeling van zaken nrs. 201908283/1/A3, 201908297/1/A3 en 201908319/1/A3.
Staatsraad Steendijk heeft niet in de wraking berust.
[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft op 24 juli 2020 het wrakingsverzoek ter zitting aan de orde gesteld.
Overwegingen
1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 vanPro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. De ratio van artikel 8:15 vanPro de Awb is gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt.
3. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad, door zijn verzoek om uitstel van de zitting af te wijzen, bij hem de gerechtvaardigde vrees heeft gewekt dat zij partijdig is. [verzoeker] voert aan dat hij zowel voorafgaand aan de zitting van 6 juli 2020 als tijdens die zitting heeft verzocht om uitstel van de zitting, omdat de rechtbank Den Haag op dezelfde ochtend, voorafgaand aan de zitting bij de Afdeling, een zitting heeft gepland waar 37 beroepszaken van hem zijn behandeld. Het is voor hem om gezondheidsredenen niet haalbaar om beide zittingen op dezelfde dag bij te wonen en het is evenmin mogelijk om voor 40 zaken alle stukken mee te nemen en om de zaken goed voor te bereiden, aldus [verzoeker]. [verzoeker] wijst er op dat hij in tegenstelling tot de gemachtigde van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek geen juridische opleiding of ervaring heeft en de ISD Bollenstreek door de afwijzing van zijn verzoek daardoor buitengewoon wordt bevoordeeld.
4. De staatsraad heeft naar aanleiding van het schriftelijk verzoek van [verzoeker] van 17 juni 2020 rekening gehouden met de behandeling van de beroepszaken van [verzoeker] door de rechtbank Den Haag op 6 juli 2020. Voor die behandeling had de rechtbank volgens de opgave van [verzoeker] maximaal 120 minuten gereserveerd. De zitting van de rechtbank zou aanvangen om 9:30 uur en de zitting van de Afdeling om 12:00 uur. De staatsraad heeft gelet hierop het verzoek gedeeltelijk ingewilligd door het aanvangstijdstip van de zitting van de Afdeling te wijzigen in 13:00 uur.
5. Uit het proces-verbaal van de zitting van 6 juli 2020 volgt dat de staatsraad ter zitting geen aanleiding heeft gezien om de behandeling van de zaak langer aan te houden. Dit is een procesbeslissing. De vraag of die procesbeslissing al dan niet juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, nu een wrakingsverzoek niet is bedoeld als rechtsmiddel tegen de inhoud van zo’n procesbeslissing. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van een flagrante schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen en indien die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraad. In hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat daarvan in dit geval sprake is.
6. Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt tot de conclusie dat in hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd geen grond wordt gevonden voor het oordeel dat de staatsraad partijdig of vooringenomen is, dan wel dat een bij [verzoeker] bestaande vrees voor partijdigheid van de staatsraad objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek om wraking wordt afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier.