ECLI:NL:RVS:2020:1709
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 8 april 2020 besloten om aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juni 2020 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juli 2020 beslist dat de vreemdelingen niet worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris heeft geen verzet aangetekend tegen dit verzoek, waardoor de voorlopige voorziening werd toegewezen.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, een bedrag van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier J.W. Prins.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdelingen niet worden overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.