ECLI:NL:RVS:2020:1630
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- R. Uylenburg
- J. Hoekstra
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek Wet natuurbescherming
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verklaarde het handhavingsverzoek van appellant wegens overtreding van de Wet natuurbescherming niet-ontvankelijk. Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar het college wees dit bezwaar af. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat appellant geen belanghebbende is bij het handhavingsverzoek omdat de gestelde overtreding geen ruimtelijke uitstraling heeft op haar woon- en leefomgeving. Hierdoor is het verzoek geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en is de brief van het college geen besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep bij de rechtbank gegrond. Tevens werd het bezwaar van appellant tegen de brief van het college niet-ontvankelijk verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee kwam de procedure definitief tot een einde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.