ECLI:NL:RVS:2020:1583
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor ZZP’er in de zorg wegens risico diefstal en verduistering
De minister voor Rechtsbescherming weigerde op 26 april 2018 de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van een zorgverlener die sinds 2016 als zelfstandige in de zorg werkt. De weigering was gebaseerd op een geregistreerde strafzaak wegens diefstal en/of verduistering in mei 2017, waarvoor de aanvrager inmiddels is veroordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarop hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het objectieve criterium van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 is voldaan, omdat herhaling van vermogensdelicten zoals diefstal en verduistering een behoorlijke uitoefening van de functie als zorgverlener in de weg staat. Dit vanwege het risico voor de eigendommen van zorgbehoevenden, die vaak in een afhankelijke relatie staan tot hun zorgverlener. Het feit dat de aanvrager alleen lichamelijke zorg verleent, sluit niet uit dat zij toegang kan hebben tot financiële middelen van cliënten.
De Afdeling verwierp ook het betoog dat de minister ten onrechte rekening hield met zakelijke contacten en bedrijfsadministratie van de aanvrager. Het keurmerk vereist betrouwbaarheid, en toezicht door derden sluit niet uit dat misbruik kan plaatsvinden. De persoonlijke belangen van de aanvrager bij het verkrijgen van de VOG zijn meegewogen, maar de minister mocht het belang van de samenleving zwaarder laten wegen. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG aan de zorgverlener vanwege het risico van herhaling van diefstal en verduistering.