ECLI:NL:RVS:2020:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor hekwerk in strijd met bestemmingsplan
Appellant heeft op zijn perceel een hekwerk van dubbelstaafmat met een hoogte van 2 meter in een beukenhaag geplaatst en verzocht om legalisatie via een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Voorst weigerde deze vergunning omdat het hekwerk op het deel van het perceel met de bestemming 'Agrarisch' staat, waar alleen bouwwerken tot 1 meter zijn toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de planologische regeling doorslaggevend is voor het bepalen of een hekwerk in functionele relatie staat tot de woning. Omdat het hekwerk op agrarische grond staat en deze bestemming kleinschalig agrarisch gebruik voorschrijft, kan geen functionele relatie met de woning worden aangenomen. Het feit dat de beplanting doorloopt op het agrarische deel verandert hier niets aan.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college bij de weigering van de vergunning in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het hekwerk het open karakter van het landschap aantast. Het college verleende wel vergunning voor een hekwerk van 1,2 meter en voor een hekwerk van 2 meter op het woonbestemde deel van het perceel. Het belang van het open landschap woog zwaarder dan het belang van appellant bij een hogere afscheiding.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.