ECLI:NL:RVS:2020:1449
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugkomen op uitzettingsbesluit en compensatie vreemdeling
De vreemdeling had bij besluit van 26 februari 2018 verzocht om terug te komen op het besluit tot uitzetting naar Rwanda en om compensatie voor geleden schade door vreemdelingendetentie. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder dat de staatssecretaris ten onrechte geen nieuwe beoordeling had verricht op grond van artikel 3 EVRM Pro en dat hem een effectief rechtsmiddel was onthouden. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde grieven geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Raad overwoog dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een hernieuwde beoordeling vereisten en dat de vreemdeling in de eerdere procedures de mogelijkheid had om schendingen van de artikelen 5 en 6 EVRM aan te voeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.