ECLI:NL:RVS:2015:1995
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bezwaar tegen feitelijke uitzetting naar Turkije
De vreemdeling maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen feitelijke uitzetting naar Istanbul op 22 februari 2012 op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter wees een verzoek tot voorlopige voorziening af en de staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bezwaar op grond van artikel 72, derde lid, Vw 2000 beperkt is tot de wijze waarop de staatssecretaris de bevoegdheid tot uitzetting uitoefent en dat alleen nieuwe feiten en omstandigheden die de rechtmatigheid van de uitzetting ten tijde ervan aantasten tot succes kunnen leiden. De vreemdeling had geen nieuwe relevante feiten aangevoerd.
Verder werd benadrukt dat onrechtmatigheden tijdens of na de feitelijke uitzetting niet in deze procedure kunnen worden aangevoerd, maar in andere procedures. De rechtbank had zich ten onrechte niet beperkt tot het bezwaar en verzoekschrift van 21 februari 2012, maar de conclusie dat de uitzetting rechtmatig was, bleef juist.
De grieven van de vreemdeling faalden en het hoger beroep werd als kennelijk ongegrond verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.