ECLI:NL:RVS:2020:1446
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum uitzetbeletsel bij asielaanvraag vreemdeling uit Turkije
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 april 2019 een aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat het uitzetbeletsel zich per 5 september 2008 voordeed, gebaseerd op objectieve ambtsberichten. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ingangsdatum van het uitzetbeletsel moet worden vastgesteld aan de hand van objectieve gegevens of de datum van de asielaanvraag waarop het risico op onmenselijke behandeling aannemelijk werd gemaakt. De Afdeling volgt het beleid van de staatssecretaris dat de termijn van tien jaren wordt gerekend vanaf de datum van de eerste asielaanvraag waarop het uitzetbeletsel is vastgesteld.
De Afdeling oordeelt dat het verzoek om herziening van een eerder besluit niet leidt tot terugwerkende kracht van het uitzetbeletsel vóór de datum van de nieuwe aanvraag. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 februari 2020 worden vernietigd en het beroep wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het uitzetbeletsel begint op de datum van de asielaanvraag van 19 december 2016.