ECLI:NL:RVS:2020:1099
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting vreemdeling
Bij besluit van 16 juni 2014 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de door de staatssecretaris aangevoerde grieven niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden. Ook het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en werd een griffierecht opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van C.J. Borman.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.