ECLI:NL:RVS:2020:1094
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 oktober 2019 de asielaanvraag van de vreemdeling af wegens kennelijke ongegrondheid, gebaseerd op een gebrek aan geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid en relatie. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 17 december 2019, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de asielrelazen van de vreemdeling en haar gestelde partner nauw verweven zijn en niet los van elkaar beoordeeld kunnen worden. Omdat de staatssecretaris in de zaak van de partner de tegenwerpingen inzake geloofwaardigheid had ingetrokken, had hij in de zaak van de vreemdeling nader moeten motiveren waarom zijn standpunt toch standhoudt.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en vernietigde daarom de uitspraak en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris moet de aanvraag van de vreemdeling opnieuw en zorgvuldig beoordelen, waarbij de behandeling van beide aanvragen op elkaar moet worden afgestemd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen.