ECLI:NL:RVS:2020:1031
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring paspoort wegens opzettelijke beschadiging en signalering in Register paspoortsignaleringen
De burgemeester van Montferland verklaarde op 23 november 2017 het paspoort van de wederpartij vervallen vanwege een gegrond vermoeden van opzettelijke beschadiging, vastgesteld door het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten (ECID). De wederpartij betwistte dit en voerde aan dat de beschadiging per ongeluk door zijn minderjarige kind was veroorzaakt.
De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat het onderzoeksrapport van het ECID onvoldoende was om opzettelijke beschadiging aan te nemen en dat de burgemeester onvoldoende had onderzocht of de verlenging van de signalering in het Register paspoortsignaleringen terecht was. De rechtbank vernietigde het besluit van de burgemeester en gaf hem de opdracht het besluit te heroverwegen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het rapport van het ECID voldoende deskundige grondslag biedt voor het vermoeden van opzettelijke beschadiging. Ook bevestigen aanvullende rapporten van andere deskundigen dit standpunt. De Afdeling stelt dat het aan de wederpartij is om te bewijzen dat het rapport gebreken vertoont, wat niet is gebeurd.
De Afdeling concludeert dat de burgemeester terecht heeft vastgesteld dat de signalering in het Register niet evident onjuist is en dat hij aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij tegen de vervallenverklaring van zijn paspoort wordt ongegrond verklaard.