ECLI:NL:RVS:2017:3253
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering paspoort op grond van onvoldoende motivering gegrond vermoeden
Appellante heeft op 24 maart 2015 een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort, die bij besluit van 25 juni 2015 werd geweigerd omdat haar persoonsgegevens sinds 2012 in het Register Paspoortsignaleringen stonden vanwege een gegrond vermoeden van misbruik met reisdocumenten. De burgemeester handhaafde deze weigering bij besluit van 16 november 2015 en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde onder meer aan dat de motivering van het gegronde vermoeden onvoldoende concreet was, dat de enkele vermelding in het Register niet volstaat voor weigering, en dat de weigering een bestraffende sanctie vormt in strijd met het EVRM. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de weigering geen bestraffende sanctie is en dat de burgemeester niet volstond met een enkele vermelding, maar verwees naar een brief van de minister van 8 juni 2015 die onvoldoende concreet was om het gegronde vermoeden aan te tonen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 november 2015 wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. De burgemeester kon echter bij de zitting toelichten dat de politie nog steeds onduidelijkheid heeft over de identiteit van de persoon die zich als appellante voordoet, omdat zij weigerde mee te werken aan een identiteitsonderzoek. Dit herstelde het gebrek in de motivering, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit, en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van het paspoort wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.