ECLI:NL:RVS:2018:1712
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling buiten behandeling stelling aanvraag uitzettingsbeletsel krachtens artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris stelde de aanvraag van de vreemdeling om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde termijn de gevraagde medische stukken had aangeleverd. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdeling geen belang had bij behandeling van het bezwaar en beroep. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het bestaan van uitzettingsbeletselen van ten minste een jaar kan leiden tot gunstigere verblijfsrechtelijke consequenties.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en toetst het besluit van de staatssecretaris dat de aanvraag buiten behandeling is gesteld. Gelet op het feit dat de vreemdeling niet binnen de termijn de gevraagde stukken heeft aangeleverd, oordeelt de Afdeling dat het besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt ongegrond verklaard.