ECLI:NL:RVS:2019:814
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan Uden
Appellant, eigenaar van een woning te Uden, verzocht het college om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van een nieuw bestemmingsplan dat woningbouw mogelijk maakt op gronden ten zuiden van zijn perceel. Het college wees dit verzoek af, waarna ook bezwaar en beroep bij de rechtbank werden afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de planologische vergelijking tussen het oude en het nieuwe bestemmingsplan en de vraag of het nieuwe plan een wezenlijke verslechtering van de planologische situatie en een waardedaling van de woning veroorzaakte die voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Het deskundigenadvies van Geofoxx, waarop het college zich baseerde, stelde dat de waardedaling € 5.000 bedroeg, minder dan 2% van de woningwaarde, en dat het nieuwe plan geen wezenlijke verslechtering oplevert.
Appellant voerde aan dat het advies van Geofoxx onvoldoende navolgbaar was en onjuiste uitgangspunten bevatte, onder meer over de maximale bebouwing onder het oude bestemmingsplan en de mogelijkheid van geluidwerende voorzieningen binnen de bestemming "Bos". De Raad van State oordeelde dat het college terecht van het advies van Geofoxx mocht uitgaan, dat de verschillen met het advies van Langhout binnen aanvaardbare marges vielen en dat de oprichting van geluidwerende voorzieningen niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was uitgesloten.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het besluit van het college dat geen tegemoetkoming in planschade wordt toegekend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.