ECLI:NL:RVS:2019:780
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij omgevingsvergunning terras
Het college van burgemeester en wethouders van Goirle verleende op 29 maart 2016 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het gebruik van openbaar gebied als terras met een instandhoudingstermijn van 10 jaar. Appellant, wonend nabij het terras, stelde dat zijn woon- en leefklimaat hierdoor werd aangetast en maakte bezwaar tegen het besluit. Na diverse besluiten en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het beroep van appellant deels niet-ontvankelijk verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat zijn belangen niet rechtstreeks en van enige betekenis worden geraakt door het verlenen van de vergunning. De Afdeling nam daarbij mee dat de afstand tussen het terras en de woning van appellant ongeveer 80 meter bedraagt, er geen zicht op het terras is, en de omvang van het terras beperkt is. Daarnaast zijn de door appellant genoemde overlastfactoren zoals geur, geluid, verkeersveiligheid en parkeerdruk onvoldoende om een persoonlijk belang aan te nemen.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat appellant niet als belanghebbende kan worden aangemerkt en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning voor het terras.