ECLI:NL:RVS:2019:775
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wijziging tenaamstelling vergunningen Kansspelautoriteit wegens strijd met Unierecht
Op 1 april 2016 wijzigde de Kansspelautoriteit (KSA) de tenaamstelling van vergunningen voor sportprijsvragen, lotto en instantloterij van Stichting de Nationale Sporttotalisator naar Lotto B.V., en van Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij naar Staatsloterij B.V., na omzetting van stichtingen in besloten vennootschappen. EGBA maakte bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat de Wok geen wettelijke grondslag biedt voor deze overdracht en dat de onderhandse overdracht het vrij verkeer van diensten binnen de EU beperkt.
De rechtbank verklaarde de beroepen van EGBA ongegrond en oordeelde dat het slechts om een technische naamswijziging ging zonder rechtsgevolgen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de wijziging van tenaamstelling wel een besluit in de zin van de Awb is, waartegen rechtsmiddelen openstaan. EGBA heeft belang bij behandeling van haar bezwaren, omdat de wijziging de markttoegang beperkt.
De Afdeling stelt dat de omzetting van de stichting in een besloten vennootschap civielrechtelijk geen overdracht is, maar bestuursrechtelijk wel rechtsgevolgen kan hebben. De onderhandse wijziging van vergunninghouderschap is in beginsel niet toegestaan binnen het éénvergunningstelsel van de Wok, tenzij voldaan wordt aan uitzonderingen die hier niet zijn aangetoond. KSA moet nieuwe besluiten nemen en beoordelen of het éénvergunningstelsel gerechtvaardigd is en of Lotto B.V. aan de uitzonderingen voldoet.
De Afdeling veroordeelt KSA tot vergoeding van proceskosten aan EGBA en bepaalt dat tegen nieuwe besluiten alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Hiermee wordt de transparantie en rechtsbescherming in het vergunningverleningsproces versterkt.
Uitkomst: De besluiten van de Kansspelautoriteit worden vernietigd en KSA moet nieuwe besluiten nemen waarbij de bezwaren van EGBA inhoudelijk worden beoordeeld.