ECLI:NL:RVS:2019:629
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door gezagsverhouding
Bij besluit van 2 mei 2017 legde de minister een boete van €8.000,- op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank Den Haag in beroep. Appellante stelde dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de staatssecretaris geen verslag van de hoorzitting had gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de plicht tot verslaglegging op verschillende wijzen kan worden ingevuld en dat relevante gegevens in het besluit van 16 november 2017 waren weergegeven. Verder concludeerde de Raad dat de vreemdeling in een gezagsverhouding tot appellante werkte, omdat deze vervanging regelde, aanspraken kon maken bij niet naar behoren uitgevoerd werk en geen ondernemersrisico droeg.
De Raad bevestigde dat appellante als werkgever moest worden aangemerkt en dat de vreemdeling niet als zelfstandige arbeid verrichtte. De boete was daarom terecht opgelegd en er was geen aanleiding tot matiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €8.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.