ECLI:NL:RVS:2019:624
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het beroep van appellanten tegen de invordering van een dwangsom ongegrond verklaarde. Het college van burgemeester en wethouders van Ede had een last onder dwangsom opgelegd omdat appellanten de recreatiewoning permanent bewonen, wat niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
Appellanten betoogden dat de last onrechtmatig was omdat er geen permanente bewoning zou zijn en dat de dwangsom disproportioneel is gezien hun pensioensituatie. De Raad van State overwoog dat het besluit waarbij de last is opgelegd in rechte onaantastbaar is en dat slechts in uitzonderlijke gevallen op de invordering kan worden teruggekomen.
De Afdeling stelde vast dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellanten de recreatiewoning permanent bewonen, onder meer op basis van inspecties en verklaringen. De financiële draagkracht van appellanten rechtvaardigde geen matiging van de dwangsom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.