ECLI:NL:RVS:2019:459
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 december 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 24 januari 2019 het besluit vernietigde voor zover het terugkeer betreft. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden zolang het hoger beroep loopt en om opvang en verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond is en bepaalde bij voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.