ECLI:NL:RVS:2019:456
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 27 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 januari 2019 ongegrond heeft verklaard. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep nog niet is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie en geoordeeld dat het verzoek toewijsbaar is.
Daarom is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand ter hoogte van €512,00.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.