ECLI:NL:RVS:2019:4494
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk omdat de ingediende stukken geen rechtens relevante nieuwe feiten bevatten. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de geloofwaardige omstandigheden en recente landeninformatie over Turkije.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank een verkeerde maatstaf hanteerde bij de toetsing van het refoulementverbod en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij als politieke tegenstander wordt gezien. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk de situatie in Turkije had betrokken en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de stukken relevant waren.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.