ECLI:NL:RVS:2019:445
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met Awb
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 januari 2019 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling overwoog dat de in eerste grief opgeworpen vraag reeds in eerdere uitspraken was beantwoord, waaruit bleek dat het hoger beroep kennelijk gegrond was. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 8 mei 2018 wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De overige grieven behoefden geen bespreking meer.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van €1.536,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 13 februari 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.