ECLI:NL:RVS:2019:4405
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.J. Schueler
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking woonruimte door hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een bestuurlijke boete van €10.250,- op wegens het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door het bedrijfsmatig kweken van hennep in twee van de drie ruimtes van zijn woning. De politie en een inspecteur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) betraden de woning op 8 augustus 2017 naar aanleiding van een lekkagemelding bij de onderburen. Uit inspectierapporten bleek dat twee ruimtes waren ingericht als hennepkwekerij.
Appellant voerde aan dat de politie misbruik had gemaakt van haar bevoegdheid bij het binnentreden en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden doordat hij niet aanwezig was. Ook betwistte hij de omvang van de hennepkwekerij en stelde dat de boete niet in verhouding stond tot de overtreding, mede gelet op zijn financiële situatie. De Raad van State oordeelde dat de binnentreding rechtmatig was en dat het college terecht mocht afgaan op de op ambtsbelofte opgemaakte inspectierapporten. De inrichting van twee van de drie ruimtes als hennepkwekerij betekende een substantieel gedeelte van de woning onttrokken aan bewoning.
Verder stelde de Afdeling dat de boete wettelijk was vastgesteld en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden, zoals geringe financiële draagkracht, een matiging rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.250,- wegens onttrekking van woonruimte aan bewoning wordt bevestigd.