ECLI:NL:RVS:2019:4365
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening minister tegen toewijzing VOG na snelheidsovertredingen
De minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van een transportondernemer af vanwege meerdere snelheidsovertredingen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de aanvrager gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister de VOG moest verstrekken.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat het oordeel voorlopig en niet bindend is en dat de minister aannemelijk maakte dat de uitspraak in hoger beroep mogelijk niet in stand blijft.
Belangrijk was dat de aanvrager meerdere forse snelheidsovertredingen had begaan, waaronder een geldboete en een voorwaardelijke rijontzetting. De voorzieningenrechter vond echter dat het belang van de aanvrager om zijn onderneming voort te zetten en de toezegging geen overtredingen meer te begaan niet zwaarder woog dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.