ECLI:NL:RVS:2019:4317
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen planschade door wijziging bestemmingsplan Bergen
Appellant is eigenaar van een perceel in Bergen en vorderde een tegemoetkoming in planschade wegens beperkingen door het nieuwe bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" dat in 2009 in werking trad. Het college wees het verzoek af, gesteund op een advies van Ten Have Advies, dat stelde dat het nieuwe plan ook voordelen bood door beperking van bouwmogelijkheden op omliggende percelen.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en beval een nieuw besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht niet op het advies van Ten Have mocht afgaan vanwege onvoldoende motivering en onjuiste planvergelijking. De Afdeling benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) als deskundige, die concludeerde dat er geen sprake is van waardevermindering.
De taxatie van de StAB, uitgevoerd door De Boer, werd door de Afdeling als zorgvuldig beoordeeld, ondanks bezwaren van appellant over methodiek en vergelijkbaarheid. De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak waarin de rechtbank het college opdroeg een nieuw besluit te nemen, bevestigt de overige onderdelen en wijst het hoger beroep van het college af. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, dat van appellant gegrond, waarbij het college geen nieuw besluit hoeft te nemen en proceskosten aan appellant worden toegewezen.