ECLI:NL:RVS:2019:4284
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen planschade door bestemmingsplanwijziging in Bergen
De zaak betreft een verzoek van appellant om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" dat op 12 juni 2009 in werking trad. Appellant stelde planschade te lijden van € 1.246.000,00. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat het college het advies van Ten Have Advies mocht volgen, dat stelde dat het nieuwe bestemmingsplan voor appellant een planologisch voordeel opleverde, mede omdat onder het oude Uitbreidingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden bestonden. De Afdeling stelde echter vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat splitsing van het perceel niet tot meer bouwmogelijkheden kon leiden. De Afdeling volgde het deskundigenrapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB), die concludeerde dat er geen sprake was van een waardevermindering.
De taxatie door De Boer, in opdracht van de StAB, wees uit dat het nieuwe bestemmingsplan zelfs een waardestijging opleverde. De Afdeling oordeelde dat de taxatie zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren om het rapport te verwerpen. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.