ECLI:NL:RVS:2019:4243
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep dwangsommen recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Putten besloot tot invordering van drie dwangsommen van elk €10.000 vanwege het strijdige gebruik van een recreatiewoning. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij niet-ontvankelijk wegens verjaring van de invorderingsbevoegdheid. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de verjaring door aanmaningen was gestuit, waardoor het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het beroep tegen het besluit van het college en concludeerde dat de dwangsommen terecht waren opgelegd omdat het gebruik van de recreatiewoning voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan niet was beëindigd. De controlerapportage werd als betrouwbaar beschouwd en het betoog dat de huurder zich zonder toestemming had ingeschreven, werd verworpen.
Verder faalden de bezwaren dat het college vanwege bijzondere omstandigheden van invordering had moeten afzien of gebruik had moeten maken van de afwijkingsbevoegdheid. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij tegen het invorderingsbesluit van dwangsommen wordt ongegrond verklaard.