ECLI:NL:RVS:2019:4199
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens niet-melden inkomensdaling en inreisverbod
De staatssecretaris trok op 15 september 2017 de verblijfsvergunning van een vreemdeling in en legde een inreisverbod op wegens het niet melden van een inkomensdaling van haar partner, wat volgens hem betekende dat zij niet voldeed aan het middelenvereiste. De vreemdeling voerde aan dat haar partner inkomsten uit studiefinanciering had, waardoor zij alsnog aan het middelenvereiste voldeed.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd en de studiefinanciering ten onrechte niet als zelfstandige middelen had betrokken. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat de vreemdeling deze inkomsten niet had opgegeven en dat studiefinanciering onder het sociale leenstelsel geen zelfstandige middelen zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht had beoordeeld dat de vreemdeling niet aan het middelenvereiste voldeed omdat zij de inkomensdaling niet had gemeld en dat studiefinanciering niet als zelfstandige middelen wordt aangemerkt. Tevens werd vastgesteld dat de staatssecretaris niet verplicht is bij intrekking zelfstandig te toetsen of de vreemdeling op dat moment alsnog aan het middelenvereiste voldoet, tenzij dit tijdig en gemotiveerd wordt gesteld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij onder meer de belangenafweging en het inreisverbod opnieuw moeten worden beoordeeld. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor herbehandeling.