ECLI:NL:RVS:2019:4023
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bodembeschermende maatregelen bij opslag petroleumcokes
ESD-SIC B.V. exploiteert een inrichting voor de vervaardiging van siliciumcarbide waarbij petroleumcokes worden opgeslagen, bewerkt en verwerkt. Het college van gedeputeerde staten van Groningen legde ESD een last onder dwangsom op om activiteiten met petroleumcokes te beëindigen die in strijd zouden zijn met artikel 2.9, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat petroleumcokes als bodembedreigende stof worden beschouwd.
ESD voerde aan dat de petroleumcokes niet significant uitlogen en dat het door haar ingediende onderzoek voldeed. De rechtbank verklaarde het beroep van ESD ongegrond, mede op basis van een deskundigenbericht, maar ESD stelde dat dit rapport onvolledig en inconsistent was en ging in hoger beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de complexe vragen over de bodembedreigende aard van petroleumcokes en de rol van het deskundigenbericht niet geschikt zijn voor voorlopige beoordeling. Gezien de belangenafweging en het feit dat het college niet stelt dat de petroleumcokes onomstotelijk bodembedreigend zijn, werd de last onder dwangsom geschorst tot de bodemprocedure is afgerond.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan ESD. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige bodemprocedure bij complexe milieukwesties en de terughoudendheid bij voorlopige voorzieningen.
Uitkomst: De last onder dwangsom is geschorst in afwachting van het hoger beroep.