ECLI:NL:RBNNE:2019:4270
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving bodembeschermingsmaatregelen bij opslag petroleumcokes
ESD-SIC BV is door Gedeputeerde Staten Groningen een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.9 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat zij onvoldoende bodembeschermende voorzieningen trof bij opslag van petroleumcokes op haar terrein. De rechtbank onderzocht of petroleumcokes een bodembedreigende stof is volgens de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012 (NRB 2012) en concludeerde dat dit het geval is.
De rechtbank nam het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) over, die stelde dat petroleumcokes als vaste brandstof in de NRB 2012 is opgenomen en bij blootstelling aan hemelwater uitloging kan plaatsvinden. ESD-SIC voerde een uitloogonderzoek aan, maar dit voldeed niet aan de vereiste protocollen, waardoor niet kon worden uitgesloten dat uitloging plaatsvindt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de opslag deels zonder overkapping plaatsvindt, waardoor de cokes als nat stortgoed moeten worden beschouwd en een vloeistofdichte vloer vereist is. ESD-SIC beschikte niet over een dergelijke vloer, waardoor zij in strijd handelde met het Activiteitenbesluit. Het handhavingsbeleid van verweerder werd als correct beoordeeld en de begunstigingstermijn als redelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van ESD-SIC BV tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de handhaving bevestigd.