ECLI:NL:RVS:2019:4020
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Bij besluit van 24 april 2018, aangevuld op 13 februari 2019, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 mei 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De minister van Justitie en Veiligheid stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 27 november 2019 dat de grief van de minister faalt en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van lid H. Troostwijk. De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat de minister de proceskosten van €512,00 moet vergoeden, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.