ECLI:NL:RVS:2019:3951
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris meegedeeld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag omdat de overdrachtstermijn aan Zweden is verstreken.
Hierdoor hebben partijen geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep en incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart beide beroepen niet-ontvankelijk en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en incidenteel hoger beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.